Bepaalt het RAS de persoonlijkheid van een hond?

Bepaalt het RAS de persoonlijkheid van een hond?

Welke hondenrassen gedragen zich het beste?"
Het idee dat een ras de persoonlijkheid van een hond kan bepalen, is een van de grootste hondenmythen ter wereld. Er is gewoon niet zoiets als een 'hondenras die zich het beste gedraagt'.
Mensen gaan er bijvoorbeeld vanuit dat een Pitbull beslist dapper en agressief zal zijn. En als je een Chihuahua bezit, je een gelukkig mens bent.
Maar de waarheid is dat veel Pitbulls niets liever willen dan knuffelen met je op de bank, terwijl er  Chihuahuas zijn die blaffen, grommen en willen bijten als je bij ze in de buurt komt.

Het komt erop neer dat het ras van een hond dus NIET het belangrijkste is bij het bepalen van de persoonlijkheidskenmerken of hoe die hond zich zal gedragen in de grote wijde wereld.

Welke factoren beïnvloeden het gedrag van de hond het meest?
De acht meest voorkomende karaktereigenschappen van de hond zijn samen met jouw inschatting of die eigenschapen een wel of niet een goede match zijn voor jou als eigenaar van een hond.
Het is overigens niet zo dat deze karaktereigenschappen noodzakelijkerwijs goed of slecht zijn. Het kan bijvoorbeeld gaan om een eigenschap, waardoor het gemakkelijker wordt om een ​​hond te trainen.
In het algemeen is het het beste om een ​​hond te hebben wiens eigenschappen gemiddeld zijn.

Er zijn echter altijd uitzonderingen.
Een hond met een hoge prooidrift is over het algemeen niet wat mensen willen. Je bent waarschijnlijk niet op zoek naar een Duitse herder die steeds probeert te ontsnappen om katten achterna te jagen.
Soms is prooidrift wel gewenst. Op een boerderij met een schuur vol met ratten en muizen, is een hoge prooidrift wenselijk. Als je dan een Jack Russell hebt met een enorme hoge prooidrift en de ratten vangt als een prof, is dat perfect.

Er zijn voor elke karaktereigenschap van een hond goede en slechte dingen aan te nemen.

De karaktereigenschappen

1. Stoer versus zacht
Deze eerste persoonlijkheid en karaktereigenschap is feitelijk een heel eenvoudige eigenschap om te testen.
Hoe weet je welke eigenschap de hond heeft?
Als je tegen je hond schreeuwt of af roept en hij meteen terugdeinst en dat vaker doet, is hij waarschijnlijk zacht.
En als je tegen je hond schreeuwt of hem op de neus tikt en hij er niet last van heeft, of zelfs leuk vindt, is hij waarschijnlijk stoer.
Het is overigens niet raadzaam tegen je hond te schreeuwen. Met een vriendelijke stem bereik je vaak meer.
Als je een heel zachte hond hebt, kan hij heel gemakkelijk worden verpest. Je moet bij een stoere hond er aan denken dat je die niet moet willen koeioneren, als ze tegengas geven. Dus je moet echt wat harder werken om te begrijpen, hoe je ze moet motiveren.

Zacht of stoer zijn bepaalt ook vaak het soort dingen dat een hond leuk vindt om te doen.

Een zachte hond is misschien een kleine prins of prinses die graag op het fluwelen kussen zit in de zon, kijkend naar de wereld die voorbijgaat. Een stoerdere hond die van het meer ruigere werk houdt, kan gelukkiger zijn met het rondrennen op een boerenerf.

2. Veel versus laag energieniveau
Het is belangrijk dat de hond hetzelfde energieniveau heeft als die van jezelf.
Als je een hond hebt die twee uur lichaamsbeweging per dag nodig heeft en je echt alleen graag twee keer per week gaat voor een kleine wandeling, dan wordt het een worsteling.
Sommige honden spelen graag de hele dag en het lijkt wel of ze nooit  moe worden, terwijl andere honden al snel moe lijken te worden en dagelijks dutjes nodig hebben.

Een hoog energieniveau is niet goed of slecht. Je moet alleen manieren vinden om de energie van je hond op de een of andere manier af te bouwen.

3. Eten versus niet gemotiveerde hond
De volgende eigenschap is voedsel gemotiveerde honden versus die honden die niet geïnteresseerd zijn in traktaties.
Het mag duidelijk zijn dat honden die gemotiveerd zijn voor voedsel gemakkelijker te trainen zijn.
Denk er maar eens over na. Bij het terugroepen beloont je de hond met een traktatie als hij naar je toe komt. Je kunt de traktatie zo gemakkelijk gebruiken om hem te trainen.

Voor honden die zich niets aantrekken van speciale traktaties, moet je wat slimmer zijn.
Dit betekent dat je de hond moet belonen met een speciaal speelgoed, een aai over de kop of een echt speciale traktatie, zoals biefstuk of kaas.

4. Prooidrift versus geen prooidrift
Sommige honden hebben een enorme prooidrift. Dit zit gewoon in de hond.

Over het algemeen willen de meeste mensen geen hoge prooidrift bij hun honden, of ze nu koeien of katten proberen te achtervolgen of wat dan ook dat beweegt.

Maar soms is het juist wel gewenst een hond te hebben met hoge prooidrift-instincten voor specifieke doeleinden, zoals het opruimen van kleine knaagdieren in een stal.
Als je geen hond wilt hebben die achter alles aangaat, zoek dan een hond met een natuurlijke lage prooidrift.

5. Zelfverzekerdheid versus onzekerheid
Deze persoonlijkheidstrek heeft alles te maken met vertrouwen.

Als je een hond hebt die zelfverzekerd en onverschrokken is, zal hij geïnteresseerd zijn in nieuwe situaties en niet snel schrikken op bijvoorbeeld een harde knal.

Hij ligt ergens en hij is blij met elk vreemd iets dat gebeurt. Hij is gewoon nieuwsgierig als er iemand opdaagt die hij nog nooit ontmoet heeft. Hij is niet bang.
Omdat een dergelijke hond geen nerveus gedrag vertoont is hij ook veel minder geneigd om een ​​angstbijter te worden.

Daar tegenover staat dat je honden die wel meer angst vertonen, zorgvuldiger moet begeleiden. Dan moet je nog meer de beslisser zijn, of te wel de 'roedelleider'.
Het gaat erom een ​​angstige hond te laten weten: 'Hé, ik heb de leiding. Ik ben degene die de beslissingen hier in de buurt neemt. Dat is hoe je die angstige honden echt kunt helpen.

6. Dominante versus onderdanige eigenschappen
Als een hond van nature een erg dominante hond is, is die een geboren leider. Als pup vertoont die al een sterke uitstraling naar de andere grotere honden. De pup loopt gewoon naar de andere hond en springt om hem heen alsof hij de “regels” kende. De dominante honden zijn in sommige opzichten gemakkelijker dan de onderdanige types. Je moet echter wel de baas kunnen zijn en ervoor zorgen dat ze niet gaan denken dat ze het hele huis kunnen besturen. Je loopt dan namelijk het risico dat de dominantie doorslaat. De hond gaat dan voor jou de beslissingen nemen of wordt dan de beschermer van het huis.
Je wilt natuurlijk bereiken dat je hond naar je luistert en naar je opkijkt.

Onderdanige honden kunnen daarentegen heel gemakkelijk zijn. Je moet echter wel voorzichtig zijn met wat je doet. De hond is graag onderdanig aan jou, maat ook aan andere honden. Ze zijn tevreden om in de roedel te zijn en willen niet leiden.

Honden weten instinctief een plaats in de roedel en de onderdanige hond accept dat ze onderaan de hiërarchie zit. Dit is gemakkelijker voor hem of haar!

7. Verlangen om te behagen versus geen verlangen
Het verlangen om te behagen is een eigenschap die eigenlijk meer met mensen te maken heeft.

Het lijkt gemakkelijker als je een hond hebt die gemakkelijk te behagen is of blij is om te behagen, omdat je dan aaien, speelgoed en knuffels als een waardevolle beloning kunt gebruiken.
Maar als je een hond hebt die afstandelijk is en niet gemakkelijk te behagen, zal hij mogelijk niet om aaien en knuffels geven. Dit betekent dat je echt jezelf moet bewijzen als iemand die hij echt respecteert en naar zal luisteren.

8. Sociale versus niet-sociale karaktereigenschappen
Dit gaat over gezelligheid met andere honden.

In de eerder eigenschappen is onder meer geschreven over of honden afstandelijk zijn tegenover mensen, maar dit punt heeft te maken met andere honden.

Houdt jouw hond ervan om met andere honden te spelen? Is hij dan ontspannen en zelfverzekerd bij andere honden?
Sommige honden houden gewoon van spelen en zijn sociaal en dat is geweldig! Je kunt je hond mee naar het park te nemen en met andere honden in contact laten komen.

De keerzijde is dat er zoiets bestaat als een hond die wel heel graag socialiseert of te veel speelt. Als een hond die te sociaal is een hond aan de andere kant van de straat ziet kan dan beginnen te blaffen en aan de riem te trekken. De andere hond kan daarvan niet gediend zijn, wat gemakkelijk tot problemen kan leiden.
Het is dan ook fijn om een ​​hond te hebben die geen last heeft van andere honden en dat je gewoon door kan gaan met een heerlijke, ontspannende wandeling. Het is altijd goed dat je hond andere honden tolereert, maar te scherp kan te veel zijn.

Tot slot
Welke persoonlijkheidskenmerken van een hond zijn het beste?

Net als mensen zijn honden allemaal verschillend. Er is niet één juiste of beste eigenschap. Het is de verscheidenheid, die zowel mensen als honden fascinerend en interessant maken.
Veel van deze eigenschappen hebben ook te maken met genetica, fokken, bloedlijnen en DNA. Die zijn bij de geboorte aanwezig.
Door de jonge hond een bij hem of haar passende opvoeding te geven, kunnen de aanwezige kenmerken vaak beïnvloedden. Het kan echter voor de baas soms een grote uitdaging zijn om een nerveuze, angstige en energieke hond meer zelfverzekerd en ontspannend door het leven te late gaan.

Mensen hebben gevoelens, emoties en persoonlijkheidskenmerken. Honden zijn niet zo verschillend van mensen als je ze echt begrijpt.

Meestal heeft het ras van de hond niet echt een groot effect heeft op persoonlijkheidskenmerken. Het maakt ook niet uit of je een stamboom of een straathond hebt. De persoonlijkheid en het karakter variëren binnen elk ras en spelen maar een kleine rol in hoe een hond zich gedraagt.

Wat wel bedacht moet worden dat binnen een ras specifieke eigenschappen soms door fokken wordt versterkt, denk aan een Duitse of Hollandse herder. Als de foklijn bijvoorbeeld gericht is bewaking, dan loopt je de kans op een hele “scherpe” hond. Daarmee moet je dan wel rekening houden.   

Verder is het zo dat de karaktereigenschappen pas duidelijker worden naarmate honden ouder worden. Als je erover denkt om een ​​puppy aan te schaffen, houd er dan rekening mee dat moeilijk is om te ontdekken wat de persoonlijkheid en het karakter van je hond zal zijn op die leeftijd van 8 weken. Dat is veel gemakkelijker bij een twee jaar oude hond.
Het kan dus ook een voordeel zijn te zoeken om een wat oudere hond.

Houd in gedachten dat met training elke karaktereigenschap kan worden beïnvloed en bijgesteld.
Uiteraard kan het praktisch zijn daarbij hulp te zoeken.

Veel plezier met jouw hond!

Vrij vertaald uit de bron: https://theonlinedogtrainer.com - auteur Doggy Dan